Pim van Lommel en de revival van de bijna dood ervaring , klein kader en korte geschiedenis
bijna dood ervaring
|
11 Maart 2010 | 05:47:52
Na de wetenschappelijke ontdekking van de
bijna dood ervaring in de jaren 60/70 uit de vorige eeuw,( R. Moody,Elisabeth
Kubler Ross, Ian Stevenson ea) beleven we thans een revival met betrekking tot de bijna dood ervaring.
Veel mensen zien in de verhalen van Pim van Lommel het bewijs voor het bestaan van de geest,los van
hersenen en lichaam.
Zelf hanteert de heer van Lommel een voorbehoud. Dat wordt kennelijk niet opgemerkt . Hij oppert dat er wellicht subtiele
hersenaktiviteit bestaat, die nog niet meetbaar is.
Dat lijkt mij een zinnig voorbehoud. Temeer omdat we spreken over bijna dood ervaring,en niet over dood ervaring. Dat kan ook niet anders.
Immers: de verhalen en experimenten betreffen
allen mensen die niet definitief overleden zijn... Anders hadden ze ons geen deelgenoot kunnen maken
van hun ervaringen...
we zijn dus nog zeker niet los
klein kader en Korte geschiedenis:
Wetenschap en de Bijna Dood Ervaring (BDE)
‘Er bestaat geen twijfel over het feit dat BDE’s
(Bijna Dood Ervaringen) voorkomen in alle culturen en in alle periodes van de
geschiedenis….de BDE komt voor bij jong en oud, bij mensen van allerlei
afkomsten, bij zowel degenen die een spirituele achtergrond hebben als bij
mensen die geen enkel geloof hebben…er zijn veel voorbeelden van mensen die een
NDE hebben gehad terwijl ze op dat moment niet eens wisten dat die bestonden.’
Dr Peter Fenwick
De Bijna Dood Ervaring (BDE) is een sterk argument
voor het bestaan van het leven na de dood. Omdat de medische technieken om
iemand die op het randje van de dood balanceert weer terug te brengen sterk
zijn verbeterd, zijn er ook steeds meer mensen die dit meemaken. Ze kwamen
terug van het randje van de klinische dood. Een aantal van hen herinneren zich
een intense, zeer belangrijke en zinvolle ervaring waarbij ze leefden en
functioneerden buiten hun lichaam. Voor velen is een BDE een zeer krachtige
emotionele en spirituele ervaring.
Het bewijs voor BDE’s is consistent, overweldigend
en is door velen ervaren. Het is ook consistent met bewijs voor andere
paranormale verschijnselen—BLE’s (Buiten Lichamelijke Ervaringen), met de
informatie die komt van mentale mediums en fysieke mediums, en met
(geest)verschijningen.
De meer geïnformeerde kortzichtige sceptici
erkennen nu dat er geen twijfel bestaat over de echtheid van een BDE, de vraag
is nu wat het betekend.
Helderzienden zeggen dat in een crisissituatie,
waarbij de dood onvermijdelijk is of wordt ervaren als onvermijdelijk, het
dubbellichaam van het fysieke lichaam, ook wel astrale of etherische lichaam
genoemd, loskomt van het lichaam om de eerste fase van het leven na de dood te
ervaren. Als de dood niet intreedt, herneemt het dubbellichaam zijn plaats in
het fysieke lichaam. Studies hebben aangetoond dat NDE’s voorkwamen als gevolg
van ziektes, operaties, bevalling, ongeluk, hartaanval en poging tot zelfmoord.
Sceptici zeggen dat een dubbellichaam niet bestaat
en dat de ervaringen die mensen hebben alleen te maken hebben met problemen in
het fysieke lichaam zelf—het zit allemaal tussen de oren.
Een pionier op dit gebied was Dr. Raymond Moody
Jr., deze begon zijn werk als een scepticus. Zijn eerste boek “Life after Life”
welke in 1975 verscheen wordt beschouwd als een klassiek werk welke dit
onderzoeksgebied openende voor modern onderzoek. Dit boek werd gevolgd door
twee andere boeken die verschenen in 1983 en 1988.
Sinds 1975 zijn er veel studies geweest in
verschillende landen—zo veel zelfs dat er nu verschillende internationale
associaties en journaals zijn voor het onderzoek naar BDE. Cherie Sutherland’s
buitengewone Australische boek (1992) bevat een geselecteerde bibliografie van
meer dan 150 rapporten van wetenschappers onderzoek hebben gedaan op dit
gebied.
Vijftien overeenkomsten
Moody vond sterke overeenkomsten in de
verklaringen van 150 mensen die deze ervaringen hebben gehad—zo veel zelfs dat
hij in staat was om vijftien verschillende elementen te identificeren die keer
op keer terugkomen in deze verklaringen. Hij construeerde een typische ervaring
welke al deze elementen in zich had:
Een man is stervende, en op het moment dat hij in
de grootste lichamelijke stress terechtkomt, hoort hij dat de dokter hem dood
verklaart. Hij hoort een ongemakkelijk geluid, luid ringen of zoemen, en op dat
moment voelt hij dat hij heel snel door een lange donkere tunnel beweegt. Aan
het einde is hij uit zijn fysieke lichaam, maar nog wel in de directe nabijheid
ervan, en hij kan zijn eigen lichaam zien van een afstandje alsof hij een
toeschouwer is. Hij ziet de reanimatiepogingen vanuit dit zeer ongebruikelijke
perspectief en is in een staat van emotionele omwenteling.
Na een tijdje komt hij weer een beetje tot
zichzelf en raakt hij wat meer gewend aan deze nieuwe staat. Hij merkt dat hij
nog steeds een lichaam heeft, maar wel van heel andere aard met heel andere
krachten dan het fysieke lichaam dat hij heeft achtergelaten. Er beginnen snel
andere dingen te gebeuren. Er komen anderen om hem te ontmoeten en te helpen.
Hij ziet de geesten van familieleden en kennissen en vrienden die voor hem zijn
gestorven, en hij voelt een liefde, een warme geest van een soort zoals hij die
nog nooit heeft meegemaakt—een wezen van licht—verschijnt voor hem. Dit wezen
vraagt hem iets, zonder woorden, om zijn leven te evalueren en helpt hem door
panoramische beelden van gebeurtenissen uit zijn leven te laten zien. Op een
gegeven moment komt hij op een punt waarbij hij een barrière of grens bereikt,
welke klaarblijkelijk de grens is tussen het aardse leven en het volgende
leven. Maar hij komt erachter dat hij terug moet gaan naar de aarde omdat zijn
tijd nog niet is gekomen. Op dit moment verzet hij zich, omdat hij helemaal is
opgenomen door deze ervaring in het leven na de dood en hij wil niet terug. Hij
is overweldigd door intense gevoelens van blijdschap, liefde en vrede. Ondanks
zijn houding, komt hij weer terug in zijn fysieke lichaam en leeft.
Later probeert hij het aan anderen te vertellen,
maar hij heeft er veel moeite mee. In de eerste plaats kan hij geen menselijke
woorden vinden die deze onaardse ervaringen goed beschrijven. Hij komt erachter
dat anderen het moeilijk te begrijpen vinden en hij stopt met het vertellen aan
anderen. Maar de ervaringen beïnvloeden zijn leven heel erg, vooral door de
nieuwe kijk op de dood in relatie tot het leven. (Moody 1975: 21-23).
Dr. Kenneth Ring, welke een studie naar BDE’s
produceerde in 1980, bevestigd Dr Moody’s bevindingen, maar kwam erachter dat
mensen in fases door de ervaringen gingen en dat een groot aantal mensen alleen
de eerste fase(s) ervoeren.
Andere studies door Karlis Osis en Erlendur
Haraldsson (1977), Michael Sabom en Sarah Kreutziger (1976), Elisabeth
Kubler-Ross (1983), Craig Lundahl (1981), en Bruce Greyson en Ian Stevenson
(1980) beschreven allemaal dezelfde soort ervaringen.
Zien buiten bewustzijn
Dr Sabom, een cardioloog uit Georgia, interviewde
100 patiënten in het ziekenhuis die de dood op het nippertje ontglipt waren.
Van deze mensen vertelde 61% dat ze een klassieke NDE ervoeren van het type
zoals beschreven door Moody in 1975.
Veel van de patiënten die in leven werden gehouden
waren in staat om met veel technische details te beschrijven wat er gebeurde in
de OK(operatiekamer) gedurende de tijd waarvan gedacht werd dat ze bewusteloos
of dood waren. Dr Sabom onderzocht de hypothese dat de patiënten gewoon hun
creatieve fantasie gebruikten, of kennis die ze onbewust hadden opgepikt door
eerdere ervaring met opnames in het ziekenhuis.
Hij interviewde een groep doorgewinterde
hartpatiënten welke geen BDE hebben gehad en vroeg ze om zich voor te stellen
dat een medisch team iemand met een hartaanval probeerde bij te brengen en om
met zo veel mogelijk details de stappen die werden ondernomen te beschrijven.
Tot zijn verbazing beschreef 80% de stappen of procedures verkeerd. Van de
groep die beweerde dat ze hun eigen reanimatie hadden gezien terwijl ze uit hun
lichaam waren maakte niemand een fout over de procedure en de stappen die
werden genomen. (Sabom 1980: 120-121).
Een gedeelde ervaring
Er zijn nu letterlijk miljoenen mensen van over de
hele wereld die een BDE hebben meegemaakt. Een groot Amerikaans onderzoek door
George Gallup Junior rapporteerde dat 8 miljoen Amerikanen, dat is ongeveer 5%
van de volwassen populatie een dergelijke ervaring had gehad. (Gallup 1982).
Een Australisch onderzoek in 1989 door Allan Kellehear en Patrick Heaven wees
uit dat 10% van 179 mensen beweerden dat ze minstens 5 typische elementen van
een BDE ervoeren.
Studies op zeer verschillende geografische
locaties produceerden verbazingwekkend gelijkende resultaten: Margot Grey’s
studie naar BDE’s in Engeland (Grey 1985); Paola Giovetti’s studie in Italië
(Giovetti 1982); Dorothy Counts’ studie in Melanesia (Counts 1983); Satwant
Pasricha en Ian Stevenson (1986) studie in India. Er komen steeds meer studies
vanuit verschillende landen op een regelmatige basis, en historische
voorbeelden laten zien dat de BDE verbazend consistent is gebleven in de
geschiedenis. (zie het voorbeeld van Er’s BDE, beschreven door Plato in The
Republic).
Maar terwijl deze ervaringen gedurende de hele
geschiedenis voorkwamen, is het in de westerse cultuur pas sinds 20 jaar, dat
mensen zich vrij voelen om erover te praten, alsmede over de invloed die deze
ervaringen op hun leven hebben gehad.
Terugkomen met onverklaarde informatie
Er zijn veel verklaringen van mensen die
terugkomen na een BDE met feitelijke informatie waarvan ze geen eerdere kennis
hadden. Hieronder vallen dingen als in staat zijn om voorouders aan te wijzen
van foto’s, kennis hebben van baby’s die stierven voordat ze zelf geboren
werden, kennis hebben van familiegeheimen enz. Anderen waren in staat om
informatie te documenteren die ze kregen over gebeurtenissen in de toekomst.
(Zie bijv. Eadie 1992, Brinkley 1994, en Atwater 2000:204)
Gemeenschappelijke nawerking
Volgens de Internationale associatie voor
NDE-studies beweert 80% van de mensen die een NDE hebben ervaren dat hun leven
voor altijd veranderd is. Ze ervaren specifieke psychologische en fysiologische
verschillen op grote schaal welke grote aanpassingsmoeilijkheden kan
veroorzaken gedurende, gemiddeld, zeven jaar, maar vooral gedurende de eerste
drie jaar. Dit telt voor zowel kinderen, tieners en volwassenen die een
dergelijke ervaring hebben gehad.
Deze afterlife-effecten worden gedeeld door
mensen, waaronder kinderen, die intense ervaringen hadden in levendige dromen,
of gedurende meditatie, of mensen die de dood op het nippertje ontsnapten.
Cherie Sutherland, een Australische onderzoeker,
interviewde 50 NDE overlevenden grondig en kwam erachter dat de effecten op de
levens van deze overlevenden verbazend consistent waren en behoorlijk
verschillend van de effecten van drugs of chemisch opgeroepen hallucinaties. Ze
identificeerde veel effecten welke zijn gesubstantieërd door andere studies
zoals bijv. Ring (1980 en 1984) Atwater (1988). Hieronder vielen:
• Een universeel geloof in het leven na de dood • Een groot gedeelte (80%) gelooft nu in
reïncarnatie • Een totale afwezigheid van angst voor de dood • Een grote verschuiving van georganiseerde
religie naar persoonlijke spirituele ontwikkeling • Een statistisch gezien significante toename van
paranormale gevoeligheid • Een positievere kijk op zichzelf en anderen • Een toegenomen verlangen naar alleen zijn • Een toegenomen gevoel van een doel hebben • Een gebrek aan interesse voor materieel geluk
gekoppeld aan een toename in interesse in spirituele groei • Vijftig procent ervoer grote moeilijkheden in
naaste relaties als gevolg van hun veranderde prioriteiten • Een groter gezondheid bewustzijn • De meeste dronken minder alcohol • Bijna iedereen stopte met roken • De meeste stopten met medicijnen • De meeste keken minder televisie • De meeste lazen minder vaak de krant • Toegenomen interesse in alternatieve geneeswijzen • Toegenomen interesse in leren en
zelfontwikkeling • Vijfenzeventig procent ervoer een grote carrière
verandering waarbij ze meer naar gebieden toegroeiden waarbij ze andere mensen
hielpen
Overlevenden worden paranormaal gevoeliger
Een onafhankelijke Amerikaanse studie door Dr
Melvin Morse liet zien dat NDE-overlevenden drie keer zoveel verifieerbare
paranormale verschijnselen meemaken dan de massa. Ze waren vaak niet in staat
om horloges te dragen en vaak hadden ze problemen met elektriciteit zoals
laptops laten kortsluiten en pinpassen wissen (Morse 1992). Hij kwam er ook
achter dat volwassenen die BDE’s hadden gehad meer geld uitgaven aan goede
doelen, en dat de kans groter was dat ze vrijwilligerswerk gingen doen voor de
gemeenschap, vaker helpende beroepen gingen uitvoeren, geen last hadden van
drugsgebruik en meer groenten en vers fruit aten dan de controle groep (Morse
1992).
Alternatieve verklaringen
Natuurlijk kan de BDE niet zomaar klakkeloos
worden aangenomen zonder alternatieve verklaringen te onderzoeken.
Is het allemaal verzonnen?
Zoals in bovenstaande al werd verklaard, diegenen
die de NDE onderzocht hebben—wetenschappers, doctoren, psychologen, andere
onderzoekers en sceptici—beweren nu allemaal met absolute zekerheid dat de NDE
wel bestaat!
Sommige onbevooroordeelde cardiologen namen aan
dat de NDE niet bestond, maar later veranderden ze van gedachten. Michael
Sabom, de cardioloog die hierboven vermeld werd, gaf toe dat hij voor zijn
onderzoek zeker was van het feit dat NDE’s bewuste fabricaties waren van
degenen die het rapporteerden of degenen die erover schreven. Maar, toen hij
eenmaal begon met zijn onderzoek was hij totaal ondersteboven van de echtheid
van het fenomeen.
Een cardioloog die in de eerste instantie
sceptisch was, was Maurice Rawlings. Hij verklaarde in zijn boek “Beyond
Death’s Door” (1978), dat hij altijd geloofde dat de dood een totale
uitsterving was totdat op een dag een 48 jarige postbode dood neerviel voor de
deur van zijn kantoor. Toen hij begon met reanimeren begon de patiënt te
schreeuwen: ‘I’m in Hell!! Keep me out of Hell!’. Eerst zei Rawlings tegen hem:
‘Keep your hell to yourself—I’m busy trying to save your life’, maar
langzaamaan werd hij overtuigd door de pure angst van de man waarmee hij bezig
was. De ervaring was zo overtuigend en traumatisch dat Dr Rawlings er een boek
over schreef. Als je de woorden van een zeer geloofwaardige en zeer hoog
gekwalificeerde cardioloog accepteert, veranderde zijn hele leven na deze
ervaring.
Beangstigende en hel-achtige BDE’s zijn vrij
algemeen en zijn het onderwerp geweest van een diepteonderzoek van Bruce
Greyson, een dokter en Nancy Evans Bush, een zuster. Zie Understanding and Coping
with a Frightening Near-Death Experience
De pharmalogische verklaring?
Sommigen beweren dat BDE’s veroorzaakt worden door
drugs die toegediend worden aan de patiënt gedurende een crisis situatie. Drugs
zoals ketamine en morfine worden genoemd. Moody onderzocht deze hypothese en
verwierp hem (Moody 1975: 160-161). Dit kwam doordat veel patiënten die een BDE
hadden geen drugs toegediend kregen, en omdat visioenen die door drugs werden
veroorzaakt aanmerkelijk verschilden van echte NDE’s in de inhoud en de
intensiteit en deze hadden geen lange termijn gevolgen.
Sommige onderzoekers waaronder R.K. Siegel meldden
dat sommige mensen die hallucigene drugs namen zoals LSD, een soort van BDE
ervoeren. Maar we werden geïnformeerd dat er een duidelijk verschil is tussen
het effect van LSD en een BDE. Moody en anderen hebben dit uitvoerig
onderzocht.
Gebrek aan zuurstof?
Er wordt soms beweerd dat een BDE wordt
veroorzaakt door een gebrek aan zuurstof en dat het een “normaal” gevolg is van
stervende hersenen. Maar veel mensen hebben een BDE gehad voordat er
lichamelijke stress was en in sommige gevallen was er helemaal geen fysieke
verwonding (Moody 1975: 163) Sabom, merkte op, consistent aan Dr Fenwick, dat
in echte gevallen van verstikking er een progressieve vertroebeling en
verwarring is van cognitieve vaardigheden, welke in direct contrast staat met
de helderheid en groeiende bewustzijn dat wordt gemeld bij een BDE (Sabom
1980:176).
Er zijn al verschillende pogingen gedaan om BDE’s
af te doen als een “wens-vervulling”—dus dat je datgene ziet wat je cultureel
geconditioneerd bent te verwachten. Maar Ring (1984) Sabom (1982) en Grosso
(1981) hebben allemaal geconstateerd dat er geen link is, geen correlatie
tussen religieuze overtuigingen en de BDE.
Andere psychologen zoals Uri Lowental (1981)
zeggen, zonder ook maar één bewijs te hebben, dat BDE’s een herbeleving zijn
van de ervaring van het “geboren worden”. Hun hypotheses worden meestal
beschouwd als speculatie.
Psychologen Kletti en Noyes (1981) beweerden dat
BDE’s staan voor “een depersonalificatie en plezierige fantasieën welke een
vorm van geestelijkebescherming bieden tegen de bedreiging van vernietiging”.
Maar deze verklaring werd ook weerlegd door Gabbard en Twemlow (1981) die
uitwezen dat depersonalificatie normaal gesproken voor kan komen in de leeftijd
van 15-30 jaar en praktisch nooit voorkomt bij mensen die over de 40 zijn.
Anderen hebben voorgesteld dat BDE’s een vorm zijn
van ‘autoscopische hallucinatie’—een zeldzame psychiatrische aandoening. Maar
zowel Sabom (1982) als Gabbard en Twemlow (1981) vonden die niet waarschijnlijk
op basis van een aantal zeer grote verschillen.
Neurofysiologische verklaringen?
Moody heeft nagedacht over de gelijkenis tussen de
levensbeschouwing gedurende een BDE en de flashbacks die mensen hadden met
neurologische aandoeningen. Hij concludeerde dat beide essentieel verschillend
waren, omdat bij flashbacks dingen werden herinnerd die willekeurig waren of er
niet toe deden, en tijdens de levensbeschouwing in een BDE kwamen alle
gebeurtenissen in chronologische volgorde en het waren de hoogtepunten van het
leven. Deze werden allemaal tegelijk gezien en gaven een
eenheidvormende visie welke de persoon in kwestie inzicht gaf in het doel van
zijn leven. (Moody 1975:166)
Het stervende brein?
Dr Peter Fenwick is een lid van de Royal College
of Psychiatrists en een neuropsycholoog met een internationale reputatie—een
specialist in de samenwerking tussen geest en hersenen en het probleem van
bewustzijn. Hij is de meest vooraanstaande man op medisch gebied op het terrein
van de BDE en hij is ook president van de International Association for the
Near-Death Studies.
Met zijn vrouw Elisabeth, ook een getrainde
professionele wetenschapper maakte Dr Peter Fenwick een diepgaand onderzoek
naar het argument van sceptici en materialisten dat de BDE veroorzaakt wordt
door de fysiologische effecten van een stervend brein (Fenwick 1996).
Het argument van psychologen tegen de BDE moet
bekeken worden tegen de achtergrond van hun zeer beperkte kennis van het
functioneren van het brein/hersenen. Psychologen hebben niet de nodige
diepgaande academische en praktische opleiding die neuropsychologen zoals Dr
Peter Fenwick wel hebben om zo op een professionele manier de fysiologie van de
BDE te evalueren. De professionele opleiding voor psychologen bevat maar een
klein stukje fysiologie. Een kijkje in de standaard studieboeken in
Universiteits Psychologie laat zien dat de studie naar de hersenfuncties maar
5% is van het gehele aanbod in de psychologie. Psychologen in opleiding hoeven
geen operaties te doen, laat staan ingrepen op het gebied van hersenchirurgie.
Natuurlijk, iemand in de positie van Dr Fenwick
heeft alle technische kennis in huis om accuraat te bepalen of een BDE
verklaard kan worden als de gevolgenvan een stervend brein. Dr Fenwick
verklaard dat deze psychologen absolute onzin schrijven als ze buiten hun
vakgebieden komen en dus buiten hun technische expertise, kennis die ze niet
hebben, niet begrijpen en welke buiten hun dagelijkse werk staat.
Hij maakt het af met de sceptici:
Ze hebben gewoon niet de kennis…Er wordt zoveel
onzin verteld over BDE’s door mensen die deze dingen niet dagelijks meemaken.
Dus ben ik er absoluut zeker van dat zulke ervaringen niet veroorzaakt worden
door gebrek aan zuurstof, endorfine, of iets dergelijks. En geen van deze
kunnen de transcendente kwaliteit van veel van deze ervaringen, het feit deze
mensen een oneindig groot verlies voelen wanneer ze hen achter laten (Ferwick
1995:47)
Als adviseur neuro-psychiater werkt hij constant
met mensen die in de war zijn, gedesoriënteerd en hersenschade hebben en zoals
Dr Farwick zegt:
Het is duidelijk dat elke desoriëntatie in de
hersenfunctie leidt tot desoriëntatie van de waarneming en een verminderd
geheugen. Je kunt normaal gesproken geen zeer goed gestructureerde en duidelijk
herinnerde ervaringen van een zeer beschadigd of gedesoriënteerd brein krijgen.
Hij verwerpt het endorfine argument op dezelfde
manier:
En over die endorfine, we blazen de effecten veel
te veel op de hele tijd, want duizenden mensen krijgen elke dag morfine. Dat
resulteert zeker in kalmheid, maar het produceert geen gestructureerde
ervaringen (Fenwick 1995:47)
Bevooroordeelde sceptici worden de volgende vragen
voorgelegd:
• Als de BDE het effect is van een stervend brein
zou het moeten gebeuren bij iedereen die dood gaat of stervende is. Waarom is
het zo dat niet iedereen die dichtbij de dood komt een BDE krijgt?
• Als de BDE een wensvervulling is, waarom is dan
niet iedere BDE positief? Waarom zijn sommige ervaringen neutraal en/of
gruwelijk negatief zoals gedocumenteerd door Phyllis Atwater (1994).
• Als de BDE veroorzaakt zou zijn door endorfine,
welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om te laten zien dat de afgifte van
endorfine altijd een levensbeschouwing produceert op een ordelijke manier?
• Welk objectief bewijsmateriaal bestaat er om aan
te tonen dat de afgifte van endorfine zorgt voor een verlies van begrip van
tijd en de relatie tot het “zelf”?
• Waarom is het zo dat bijna iedereen die een BDE
heeft gehad, een permanente transformatie ondergaan welke consistent is met
spirituele verfijning, een verfijndere manier van leven.
• Waarom is het zo dat de meeste mensen hun nieuw
gevonden intrinsieke motivatie relateren aan de krachtige ervaring die ze
hadden toen ze buiten hun lichaam waren.
• Welk objectief bewijs wordt er gepresenteerd om
te laten zien dat het begrijpen van het limbische systeem en de temporaal kwab
de gevoelens van bekendheid, inzicht en deja vu kan verklaren alsmede de
statistisch toegenomen paranormale ervaringen die volgen na de BDE?
• Hoe kunnen de sceptici de ongelofelijke
overeenkomsten verklaren tussen de Bijna Dood Ervaring en de Buiten
Lichamelijke Ervaring?
Fysieke verklaringen zijn niet voldoende
Elisabeth Fenwick, medeschrijver van het boek “The
truth in the Light—An investigation of over 300 Near-Death-Experiences” (1996)
begon haar onderzoek met de gedachte dat deze verschijnselen in
wetenschappelijke termen konden worden verklaard, maar na onderzoek
concludeerde ze:
Ondanks het feit dat je in staat bent om wetenschappelijke
redenen te vinden voor stukjes van de Bijna-Dood-Ervaring, kan ik geen afdoende
verklaring geven voor het hele verschijnsel. Je moet het verklaren als een
geheel en de sceptici….hebben dat simpelweg niet kunnen doen. Geen enkele van
de puur fysieke verklaringen is ok. Sceptici onderschatten de omvang waarmee
Bijna-Dood-Ervaringen niet zomaar een aantal willekeurige dingen zijn die
gebeuren, maar zeer georganiseerde en gedetailleerde gebeurtenissen.
Deze standpunten worden ondersteund door een
studie naar BDE’s in Nederland door cardioloog Dr William van Lommel en zijn
team die al 345 zaken bestudeerd hebben die gestorven zouden zijn zonder
reanimatie. Tien procent herinnerde een BDE, en een verdere acht procent had
een minder uitgesproken ervaring.
Deze patiënten werden vergeleken met een
controlegroep die identiek waren termen van hoe erg de ziektes waren, maar die
geen BDE hadden gehad. Volgens Dr van Lommel (1995):
Onze beste vondst was dat de BDE geen fysieke of
medische achtergrond heeft. Want, alle patiënten hadden zuurstoftekort, ze
kregen allemaal morfineachtige medicijnen, ze hadden allemaal zeer veel stress,
dus dit zijn simpelweg niet de redenen dat 18% een BDE had en 82% niet. Als ze
getriggered zouden worden door één van deze dingen, zou iedereen een BDE moeten
hebben (Van Lommel 1995)